Enig artikel:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 februari 2026 goed.
Art. 1: Algemene bepaling
Dit reglement geeft nadere invulling aan een aantal vormen van inspraak, betrokkenheid en participatie vanwege de burgers en doelgroepen ten aanzien van het beleid, de besluitvorming en de dienstverlening.
Deze regeling is welteverstaan niet beperkend bedoeld: naast de inspraakvormen die in dit reglement uitdrukkelijk worden benoemd, zal het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) steeds ook nog op andere manieren zijn belanghebbenden kunnen informeren, consulteren en betrekken.
Art. 2: Agenderingsrecht
§1. Inwoners kunnen een gezamenlijk verzoek richten tot het vast bureau om een punt op de raad voor maatschappelijk welzijn te agenderen over de beleidsvoering of dienstverlening van het OCMW.
Het verzoek wordt schriftelijk opgesteld en voldoet aan volgende voorschriften:
- Het verzoek wordt ondertekend door minstens honderd inwoners ouder dan zestien jaar, waarvan de namen, voornamen en geboortedata worden vermeld.
- Het verzoek wordt vergezeld van een gemotiveerde nota die de concrete voorstellen en vragen over de beoogde beleidsvoering of dienstverlening nader toelicht.
- Het verzoek vermeldt de gegevens van de inwoner die als contactpersoon zal dienen voor het bestuur en de administratie. Deze persoon is tevens diegene die het punt ter plekke zal toelichten aan de raad voor maatschappelijk welzijn. Dit is normaal gezien, maar niet noodzakelijk de eerste ondertekenaar, hierbij eventueel bijgestaan door de tweede ondertekenaar of een expert die geïdentificeerd wordt in het verzoek.
§2. De initiatiefnemers kiezen de indieningswijze van hun verzoek. Wanneer zij niet opteren voor een aangetekende zending, vragen zij zelf om een schriftelijke ontvangstbevestiging, bijvoorbeeld per email of bij afgifte.
§3. Het vast bureau kijkt na of het verzoek regelmatig is en stelt een concrete datum van agendering voor. De behandeling ter zitting vindt plaats binnen een redelijke termijn - bij voorkeur binnen de twee maanden - onder meer rekening houdende met de inhoud van het verzoek, de beschikbare zittingsdata en de eventuele benodigde voorbereidingstijd. Er wordt een indicatie gegeven van de beschikbare tijd voor de toelichting ter zitting door de in het verzoek aangewezen persoon of personen.
Het vast bureau duidt een medewerker van het lokaal bestuur aan om de communicatie te voeren met de in het verzoek aangeduide contactpersoon, eventuele ontbrekende gegevens op te vragen en zo nodig in overleg te treden over de datum van agenderen en de duur van de toelichting.
§4. De raad voor maatschappelijk welzijn spreekt zich ter zitting uit over haar bevoegdheid ten aanzien van de inhoud van het verzoek, en over de mate en wijze waarin zij binnen haar bevoegdheden aan de verzoeken en vragen gevolg beoogt te geven.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan het vast bureau met respect voor de betrokken bevoegdheden belasten met de verdere opvolging en afhandeling.
Art. 3: Verzoekschriften
§1. Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen.
Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.
De organen van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijn de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst, de burgemeester, de algemeen directeur en elk ander orgaan van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat als overheid optreedt.
§2. De verzoekschriften worden aan het orgaan van het OCMW gericht tot wiens bevoegdheid de inhoud van het verzoek behoort. Komt een verzoekschrift niet bij het juiste orgaan aan, dan bezorgt dit orgaan het verzoek aan de juiste bestemmeling.
§3. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de het OCMW behoort, zijn onontvankelijk. Verzoekschriften die duidelijk tot de bevoegdheid van de gemeente behoren, worden overgemaakt aan het bevoegde orgaan van de gemeente. De indiener wordt daarvan op de hoogte gebracht.
§4. Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:
1° de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;
2° het louter een mening is en geen concreet verzoek;
3° de vraag anoniem, d.w.z. zonder vermelding van naam, voornaam en adres, werd ingediend;
4° het taalgebruik ervan beledigend is.
Het orgaan of de voorzitter van het orgaan maakt deze beoordeling. Hij kan de indiener om een nieuw geformuleerd verzoekschrift vragen dat wel aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
§5. Is het een verzoekschrift voor de raad van maatschappelijk welzijn, dan plaatst de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn het verzoekschrift op de agenda van de eerstvolgende raad voor maatschappelijk welzijn indien het minstens 14 dagen vóór de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift later ingediend, dan komt het op de agenda van de volgende vergadering.
§6. De raad voor maatschappelijk welzijn kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het vast bureau verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.
§7. De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meerdere personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door het betrokken orgaan van het OCMW op uitnodiging van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§8. Het betrokken orgaan van het OCMW verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.
§9. Het recht om verzoekschriften in te dienen wordt verder geregeld in het huishoudelijk reglement van de raad van maatschappelijk welzijn.
Art. 4: Meldingen en klachten
Via het gemeentelijk meldpunt kan eenieder meldingen of suggesties doen, vragen stellen of klachten indienen met betrekking tot de dienstverlening. De behandeling gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het klachtenreglement. Er wordt jaarlijks rapportering aan de raad van maatschappelijk welzijn voorzien.
Art. 5: Initiatieven die het vast bureau kan nemen
§1. De raad voor maatschappelijk welzijn delegeert de bevoegdheid om andere initiatieven te nemen om inspraak en participatie te bevorderen aan het vast bureau.
Deze bevoegdheid omvat initiatieven die niet beschouwd kunnen worden als raden en overlegstructuren die op regelmatige en systematische wijze het bestuur van het OCMW adviseren.
Het vast bureau kan zowel over algemene thema's als over specifieke dossiers inspraakvergaderingen, bewonersbevragingen, enquêtes en andere initiatieven organiseren.
§2. De praktische organisatie ervan gebeurt in functie van een maximaal bereik van de betrokken doelgroep(en). Zij worden goed geïnformeerd. Hun praktische modaliteiten (vorm, plaats, tijdstip, termijn,...) zijn voldoende laagdrempelig en burgervriendelijk.
§3. Alle betrokken inwoners krijgen de kans om deel te nemen.
§4. De resultaten dienen als input voor de besluitvorming van het bestuur.
§5. Openbare onderzoeken die voorgeschreven zijn door bijzondere regelgeving (bijv. inzake ruimtelijke ordening,...) worden georganiseerd overeenkomstig de bijzondere bepalingen daaromtrent.
Art. 6: Slotbepaling
Voorliggend reglement treedt in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan.
Vanaf inwerkingtreding van voorliggend reglement, wordt het reglement van 17 februari 2020 opgeheven.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.